Rekensommetje – einde van een tijdperk van 60 jaar
Door: jeanpaulclose
Hoezo 60 jaar? Balkenende was toch maar 7 ½ jaar onze minister president? Dat klopt, maar Balkenende 1 tot en met 4 zijn kabinetten geweest die krampachtig een maatschappij in stand hebben proberen te gehouden die zijn laatste tijd al had gehad. Dat ligt niet aan Balkenende, ook niet aan Nederland, maar aan de ontwikkeling van de westerse maatschappij sinds de tweede wereldoorlog en de globale economie in zijn geheel. Balkenende was jarenlang alleen maar het dwarse staartje van een eindig proces. De krediet crisis heeft daar definitief een dikke streep onder gezet voor de westerse wereld en Uruzgan was de symbolische druppel voor dit kabinet.
Waarom is dit dan het einde van een tijdperk? Daarvoor refereer ik naar de presentatie van Dr. Bartlett op YouTube en doen we hier een eenvoudig rekensommetje. Wat betekent dat voor de toekomst?
Het zal ons duidelijk maken dat er vooral dingen drastisch moeten veranderen. Onze eigen mentaliteit wordt ter verantwoording geroepen en we worden gevraagd eens bewust te worden over wat er echt gaande is in de wereld.
Om duidelijkheid te scheppen in onze huidige situatie moeten we even zo””””n 60 jaar terug gaan. Het einde van de tweede wereld oorlog had de politieke ogen definitief geopend dat de stabiliteit van een samenleving afhankelijk was van de sociale zekerheden voor de bevolking. De industriële (r)evolutie had een globale maakindustrie opgeleverd waarin het gros van de bevolking werkzaam was. De sociale zekerheden werden opgebouwd door een belastingstelsel, pensioenfondsen en sociale verzekeringen. De opbouw van de spaarpotjes zette de maakindustrie onder druk om te blijven presteren. Hierdoor ontstond er een algemene focus op economische groei waar de continuïteit van het bedrijfslevens als ook de sociale zekerheden en bijbehorende politiek van afhankelijk waren.
Tot dusver is de politieke, bedrijfskundige en economische positionering volledig aanvaardbaar binnen de logica van de doelstellingen en behoeftes. Er is echter een probleem. Constante jaarlijkse groei ontwikkelt zich niet lineair maar exponentieel en is, binnen de beperkingen van de mensheid en de planeet, eindig.
Sinds de jaren 70 en 80 (toen al) werd duidelijk dat de wereldconsumptie van grondstoffen de spuigaten uit liep en de behoeften van de mens de mogelijkheden van de aarde zwaar zouden overtreffen. Nederland opende ondertussen de grenzen om vooral meer mensen toe te laten die bij konden staan in het economische groeiproces met name om daarmee ook de groeiende kosten van de sociale zekerheden te kunnen bekostigen. Nederland telde in 1960 11,4 Miljoen inwoners (nu 16,5 miljoen, 50% meer!). De wereldbevolking bedroeg in 1960 ongeveer 2,7 Miljard mensen en nu 6,8 Miljard, bijna 3 x zo veel!
De duale economie van de maak (bedrijfsleven) en zorg/zekerheden-economie (overheid) begon een eigen leven te leiden met wederzijdse afhankelijkheid. In de loop der jaren zag men dat de consequenties van materialistische focus en efficiëntie zich over de maatschappij gingen verspreiden. De maatschappelijke inkomsten uit belastingen stonden niet meer in verhouding met de uitgaven aan sociale zekerheden en zorg. Dat was een teken aan de wand maar de maatschappelijke organisatie laat zich niet omkeren als het afhankelijk is van democratische principes. Waar stemt u voor? Voor behoud van zekerheden of verandering met vergaande gevolgen? Logisch dat de democratie stemt voor voortgang van uitputting uit eigenbelang en ziet de grote kloof van ellende niet aankomen.
Niet iedereen is wiskundig genoeg om de berekeningen van exponentiële functies te kunnen begrijpen. De consequenties overkomen je gewoon, met alle gevolgen van dien. Ik leg uit waarom, aan de hand van een van de vele voorbeelden van Dr. Bartlett op YouTube. Dit voorbeeld gaat over bacteriën in een fles maar kan ook verteld worden met muizen in een hol of mensen in Nederland of op de aardbol.
Stelt u zich eens een enkele minuscule bacterie voor in een lege fles. De bacterie vermenigvuldigt zich door zich elke minuut op te delen in twee. Na een minuut hebben we dus twee bacteriën, na twee minuten zijn er vier, dan acht, zestien en ga zo maar door. In wiskundige termen hebben we hier een vaste groei door verdubbeling per minuut, binnen de beperkingen van de fles. Na tien minuten zijn er 1048 bacteriën en na een heel uur (3600 minuten) is de fles vol. Dat lijkt onwaarschijnlijk snel gezien het formaat van elke bacterie maar toch is het zo, juist omdat de groei zich niet lineair ontwikkelt maar exponentieel (ofwel: de curve stijgt steeds sneller) . De tiende minuut bijvoorbeeld verdubbelen er net zoveel bacteriën als alle voorgaande negen minuten bij elkaar. Dat is even boeiend als schrikbarend. Als het proces om 11.00 is begonnen dan is de fles dus om 12.00 vol. De vraag is nu: wanneer denkt u dat de bacteriën in de fles beginnen te beseffen dat de beschikbare ruimte eindig is? Dat beseffen ze hooguit pas om 11.59! Waarom? Om 11.59 is de fles nog maar halfvol, om 11.58 een kwart vol en om 11.57 een achtste.
De economie van Nederland heeft de laatste decennia een standaard groei doorgemaakt, laten we zeggen van gemiddeld 3 procent. Aangezien die groei vooral te maken heeft met de maakindustrie is onze consumptie van grondstoffen evenredig gestegen. Het een gaat samen met het ander. De situatie is vergelijkbaar met die van de bacteriën. Een vast groeipercentage (in dit geval met een verdubbeling eens in de 23 jaar) binnen de beslotenheid van onze landsgrenzen en de wereldbol. Hetzelfde en nog dramatischer is gebeurd aan de kostenkant van de overheid. De belastingdruk steeg jaarlijks ook met een vast percentage van 7%! Dat is een verdubbeling elke 10 jaar! Wat wil dat zeggen? Dat onze consumptie van grondstoffen de laatste 23 jaar het dubbele is geweest van de periode daarvoor en dat de consumptie de komende 23 jaar het viervoudige zal zijn. Omdat de consequenties zo enorm zijn voor onze maatschappij is de belastingdruk, om de overheid te kunnen bekostigen, elke 10 jaar verdubbeld. Elke euro die de overheid in 1960 kostte, kost het nu, anno 2010 32 euro. U kunt zich voorstellen dat dit niet meer op te brengen is, maatschappelijk niet en ecologisch ook niet! De pensioenfondsen en banken hebben geprobeerd dit te compenseren door te gaan speculeren op de markt en enorme risico”””’’s te gaan nemen. De resultaten zijn bekend. Deze Nederlandse verhoudingen zijn nog klein vergeleken met Amerika, Japan en China.
Hieruit blijkt dat het 11.59 is voor de mens. Het is ook duidelijk dat plannen met het oog op decennia vooruit, geschoeid op dezelfde leest als voorheen, ons niet alleen dieper in de problemen en onstabiliteit zullen brengen maar gewoon niet haalbaar zijn. Wij zullen ten onder gaan door crisissen. Want de komende 20 jaar consumeert de wereldmaatschappij net zoveel grondstoffen als alle voorgaande 250 jaar bij elkaar. Hebben we dat? Nee! En al hadden we de grondstoffen dan zouden we de maatschappelijke consequenties niet aan kunnen.
Wat is dan de oplossing? Ten eerste moet onze economie losgekoppeld worden van de maakindustrie. Dat kan door vooral te gaan focussen op een economie van werkelijke dienstbare waarden. Als er dan toch grondstoffen gebruikt moeten worden dan zal men multifunctioneel en volgens kringloopgedachten moeten gaan innoveren zodat we evenveel teruggeven aan de aarde als we onttrekken. Verder moeten we af van de duale economie, groei loslaten en ons collectief concentreren op inhoud in plaats van volume. En zo kunnen we nog vele veranderingen doorvoeren die ons weer in stabiel vaarwater brengen.
De vraag is of onze huidige politieke leiders die veranderingen kunnen doorvoeren? Ik denk het niet, nog niet in ieder geval. Zij krijgen daarvoor geen democratische steun vanuit de bevolking en ondemocratische moeilijke beslissingen zijn taboe in deze maatschappij. Kortom, een Balkenende 5 of Bos 1 is zeker niet uitgesloten maar zal weer de eindstreep niet halen. Er zijn nog een aantal serieuze crisissen nodig om voldoende chaos te scheppen voor bezinning. Als het dan maar niet te laat is.