Het Oosterse zwarte gat

Door: jeanpaulclose

Deze week was ik te gast in Amsterdam bij een boeiend experiment. Via Live internet TV werden verschillende steden van de wereld verbonden om een discussie aan te gaan over electrosmog en binnenstedelijke immobiliteit. Vanuit Nederland werden er door een directeur van Cisco Urban Design, mijzelf vanuit de ervaring van de Stad van Morgen en de initiatiefnemer van The Mobile City, korte presentaties gegeven.

Madrid gaf daarnaast boeiend inzicht in een real time smog detectie en analysesysteem dat de vervuilingniveaus in de hele stad op elk willekeurig moment inzichtelijk maakt. Belangrijk was dat we gezamenlijk aan konden tonen dat er in Amerika en West Europa allerlei initiatieven vanuit ondernemerschap gaande zijn om de vervuiling van de huidige mobiliteit tegen te gaan en alternatieven worden bedacht om de inefficiënties door het file en parkeerprobleem te omzeilen met nieuwe organisatievormen en stedelijke transformatie.

Een groot contrast bleek vanuit enkele opmerkingen die voortkwamen uit de rest van de wereld. In Nairobi doen automobilisten er 3 uur over om een afstand van 3 kilometer te overbruggen. De vraagt rijst dan waarom men de auto pakt daar een mens lopend een snelheid heeft van zo””””””””n 6 kilometer per uur en dezelfde afstand in een half uur afgelegd kan worden? Als we de oerdegelijke fiets zouden nemen dan zou men nog efficiënter en gezonder bezig kunnen zijn?

Schokkend bleek dat in China er dagelijks 50.000 nieuwe auto”””””””’’s de weg op komen. Dat is hetzelfde als het hele mobiele wagenpark van Nederland per half jaar! En dit terwijl China van huis uit al een enorm fietsland is met een ongelofelijke ontwikkeling op gebied van elektrisch fietsen. India vertoont vergelijkbare cijfers waarbij maar 20% van de hele bevolking economisch toegang heeft tot een auto en de rest van de bevolking er naar mag kijken. Wat gebeurd er als 100% van de bevolking voldoende rijkdom ontwikkelt om over een auto te beschikken? De verkeersproblematiek in de grote steden van India is nu al dramatisch mede omdat de straten ook bevolkt worden door allerlei heilige en niet heilige diersoorten. De uitersten van rijkdom en armoede zijn enorm zichtbaar in het straatbeeld alsof men de middeleeuwen en de moderne tijd tegelijkertijd beleeft.

De auto is na huisvesting de tweede enorme motor van een economie. Maar kan dat nog wel in deze tijd? We zijn al enige jaren tot de conclusie gekomen dat automobiliteit conceptueel toe is aan urgente verandering. Het is vanuit bovenstaande onlogisch en immoreel dat een apparaat van 2 a 3000 kilo voortbewogen dient te worden door fossiele energie om meestal een enkele mens van gemiddeld 75 kilo van A naar B te transporteren. Het ruimtelijke gebruik van een enkele auto is op zich geen probleem maar de benodigde ruimte en infrastructuur voor miljoenen autos is immoreel als het landschap nodig is voor luchtzuivering, CO2 reductie of voedselproductie. Ook de vervuiling van de som van alle apparatuur heeft proporties aangenomen die niet meer passen binnen de beperkingen van onze natuurlijke omgeving.. We kunnen de ontwikkelingen in het Oosten niet stuiten maar wel zelf het voortouw nemen in de maatregelen die onze toenemende kwetsbaarheid kunnen beperken. We zijn verplicht hier urgent aandacht aan te besteden en tot die conclusie beginnen we langzaamaan te komen in het Westen, zoals de genoemde ondernemersinitiatieven getuigen.

Wat voor effecten heeft dit op de westerse economieën? Ten eerste moeten wij in toenemende mate concurreren voor de aanschaf van de benodigde grondstoffen voor onze eigen behoeften. Deze concurrentie heeft tot gevolg dat de prijzen omhoog schieten en wereldwijd inflatie veroorzaken. U zult wel gemerkt hebben dat de huidige benzineprijs weer boven de 1,50 euro is aangeland en de stijging zal alleen maar toenemen. De 2 euro per liter is in zicht en het zal niet lang meer duren voordat we ermee geconfronteerd worden. Onze economie is nog steeds vooral gebaseerd op koopkracht, het maken en consumeren van goederen dus, en goederen zijn gemaakt van grondstoffen. Onze economie is dus kwetsbaar door onze eigen opgebouwde consumenten mentaliteit en versterkt door de ontwikkelingen van het toenemende consumisme in het Oosten. Er zullen steeds meer tekorten komen op alle fronten en daar waar er producten beschikbaar zijn zullen de prijzen omhoog gaan.

De gigantische onstuitbare economische ontwikkelingen van het Oosten, met als grootste trekker natuurlijk China, zijn een alles opslurpend zwart gat geworden van wereldwijd beschikbare grondstoffen. Met een economische groei van 9% per jaar verdubbelt de Chinese economie elke 6 ½ jaar met een evenredige exponentiele groei in behoefte aan grondstoffen, niet alleen voor de groeiende mobiliteit maar ook voor de enorme stedenbouwkundige ontwikkelingen, energiebehoeftes en bijbehorende massale vervuilingen die wij in het westen nu eindelijk en noodgedwongen tegen willen gaan. De vervuilingen hebben ook een klimaateffect dat wereldwijd tot kritische en vaak onverwachte problemen leidt.

Hoge productprijzen zijn natuurlijk goed voor een economie maar niet als deze economie al grote scheuren vertoont door de crisissen die zich opstapelen. Het exponentiële karakter van de slurpkracht van het Oosten zal deze situatie nog veel verder onder druk zetten. De lokale welvaartziektes (alcohol, drugsgebruik, psychische en gezondheidklachten, enz) nemen gigantische proporties aan. Werkloosheid is al hoog, vitaliteit is laag en de kosten van onze sociale zekerheden en dienstverlening stijgen alleen maar. De economie is dus niet meer op te brengen vanuit industriële activiteiten en koopkracht alleen daar de maatschappelijke kosten de pan uit blijven rijzen. Wij zijn voor alles afhankelijk geworden van de concentratie van productiviteit in grote megaondernemingen terwijl onze eigen productiviteit mentaal en lichamelijk ondermijnd wordt. Dat alles maakt ons structureel kwetsbaar. Grote ondernemingen doen het liefst zaken met grote afnemers die goed betalen. Met de kapitaalkracht die China heeft opgebouwd heeft het een acquisitiekracht die Amerika en Europa zwaar overtreft en onweerstaanbaar voor financiele mogendheden die er geen moreel bewaar van maken om de westerse stabiliteit te ondermijnen door hiermee te gaan speculeren.

Wat blijft er over voor ons om te doen?

Er zijn meerdere punten tegelijkertijd die wij urgent aan moeten pakken:

1. Onze afhankelijkheid van grote internationale machtsposities (bepaalde multinationals, megaproducenten, overheersende landen) teniet doen en daar waar mogelijk versneld zelfvoorzienend worden. Dat kan door snel te investeren in duurzame lokale energievoorziening, voedselproductie en beschikbaarheid van grondstoffen voor de eerste levensbehoeften (huisvesting, kleding, energie en voedsel).

2. Zodra wij minimaal zelfvoorziend zijn geworden moet er een Europees exportverbod komen voor lokaal gewonnen kritische natuurlijke grondstoffen.

3. Onze innovatieve daadkracht moet zich richten op de structurele en integrale hergebruik van alle beschikbare te gebruiken en reeds gebruikte grondstoffen. Ons gebruik van natuurlijke grondstoffen dient zich tevens aan te passen aan de regeneratiecyclus van de grondstoffen.

4. Onze innovatieve daadkracht moet zich ook richten op de multifunctionaliteit van al onze toepassingen. Een muur bijvoorbeeld is niet alleen een instrument om een dak omhoog te houden, het is tevens een verticale oppervlakte waarmee we lucht of waterzuivering kunnen toepassen, waarop we binnenstedelijke voedselvoorziening kunnen organiseren en energie kunnen opwekken, om maar wat te noemen. Hetzelfde gaat op bij alles wat wij in ruimtelijke zin gebruiken in onze omgeving. We hoeven ons maar te inspireren op de natuur en onze huidige wetenschappelijke kennis optimaal toepassen.

5. Wij dienen ons bewust te worden van het feit dat onze levensstijl noodzakelijkerwijs aangepast moet worden. Wij moeten gezonder gaan leven, meer aandacht gaan besteden aan de medemens en de natuur en elkaar weer leren helpen, vrijblijvend en zonder materiële motieven. Het concept “werk” kan omgezet worden in een veel algemener begrip van “dienstbaarheid”. Dat alles werkt besparend hetgeen de belastingdruk aan banden kan leggen en daarbij de noodzaak voor een groot overheid apparaat. Een gezond en dienstbaar leven houdt niet op bij 65 jaar. De dienstbare inzetbaarheid van de gehele bevolking ten behoeve van elkaar zal daardoor geen leeftijdgrenzen kennen, noch een 9 tot 5 mentaliteit, en alleen beperkt worden door de mate van mentaliteit, inzet, gezondheid en vitaliteit.

6. De kosten van de overheid moeten gehalveerd worden om zo de druk op de maakindustrie en consumptie weg te halen en zich richten op het strikt noodzakelijke: de landelijke dienstbare vitaliteit en waardevolle productiviteit, de landsveiligheid en nieuwe infrastructuur, aangepast aan deze tijd.

7. Onze globaal opererende multinationals dienen zich op te splitsen in minstens drie onafhankelijk van elkaar opererende territoriale bedrijven (Europa, Amerika en Azië) om te voorkomen dat zij zelf door regionale regelgeving geblokkeerd of beboet gaan worden door logistieke overtredingen van bovenstaande of onbalans in grondstoffentoevoer voor de eigen productiviteit. Grote bedrijven dienen zich op een hele andere manier te gaan ontwikkelen en organiseren om zo structureel bij te gaan dragen aan bovenstaande terwijl de eigen productiviteit erop vooruit gaat, mits deze niet meer uitsluitend gebaseerd is op productie (wel innovatie via multifunctionele nanotechnologie) maar vooral op de toegevoegde waarde van de dienstbaarheid.

Wij hebben weinig tijd. Zolang we deze aanpassingen niet toepassen in ons land en in heel Europa zal de slurpkracht van het Oosten ons steeds kwetsbaarder maken met onvoorziene pijn en crisissen. Wij hebben geen tien of twintig jaar voor onze aanpassingen, hooguit 3 tot 5 jaar, voordat we niet meer los kunnen komen van het zwarte gat . Natuurlijk gunnen wij alle mensen in het Oosten ook een luxe levensstijl maar de exponentiële groei van de regionale Oosterse economie maakt ons kwetsbaar en dient ons veel sterker te stimuleren tot reorganisatie van onze eigen maatschappelijke afhankelijkheden, mentaliteit en sociaal/bedrijfskundige innovatie. Door ons los te worstelen van de zuigkracht van het Oosten zal het Oosten op termijn zelf ook tot structurele innovatie gedwongen worden door het matigen van de lokale economische groei omdat deze niet meer te handhaven blijkt. Gelukkig ziet China dat ook in maar wij weten uit eigen ervaring dat de ingeslagen weg van materialistische focus uitsluitend te stoppen is met een crisis.

Daarna pas kunnen we overgaan tot de ultieme stap naar een globale menselijke, vreedzame  samenleving gebaseerd op universele waarden, los van materiële principes. Maar voor we zover zijn moeten we een aantal keiharde maatregelen nemen voor eigenbehoud en duurzame continuïteit.

Deel dit bericht:
  • Print
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Add to favorites
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • NuJIJ
  • Twitter