Vertrouwen
Door: jeanpaulclose
Het woord “vertrouwen” wordt de laatste tijd wel erg vaak gebruikt in de titels van de media. Logisch. Er zijn verkiezingen in aantocht en ook in Den Haag is men bewust dat het imago van de huidige politiek alles behalve betrouwbaar is. Uit analyses blijkt at de Nederlandse bevolking geen enkel vertrouwen heeft in de toekomst van ons land zoals dat door onze huidige leiders wordt ingevuld. Er wordt weer eens campagne gevoerd op belangrijke kernwoorden zoals “vertrouwen” maar door mensen die geen benul hebben van de morele inhoudelijke basis van zo”n woord.
Er moet heel veel gebeuren voordat we weer kunnen vertrouwen want het woord vraagt veel van ons. Vertrouwen is namelijk de vierde bouwsteen van de waardekolom (zie mijn boekje met titel ”Geheimen van echte Welvaart” van april 2009, uitgeverij Shaker). Zonder de eerste drie bouwstenen is vertrouwen niet mogelijk. Als de politiek, het ondernemerschap, de banken, noem maar op, ons vertrouwen willen dan zullen ze eerst weer een solide basis moeten creeren door aandacht te besteden aan de eerste drie bouwstenen.
Wat of wie is tegenwoordig te vertrouwen? De banken? De politiek? De buren? De politie? De rechtspraak? Kan ik de kranten nog wel vertrouwen? Of de producten die ik dagelijks koop en gebruik? Kan ik de dokter nog wel vertrouwen of de priester? In korte tijd is elk van deze sectoren wel in het nieuws geweest met schokkende informatie. Onze maatschappij faalt op alle fronten en dan kun je niet via reclamespotjes en krantenartikelen gaan vragen om vertrouwen. Vertrouwen in dezelfde mensen die er een zooitje van hebben gemaakt? Waarom zouden ze nu ineens wel te vertrouwen zijn op de vooravond van verkiezingen als ze tijdens het regeren geen vinger hebben uitgestoken om betrouwbaarheid te bevorderen? Integendeel. Men heeft alleen maar geprobeerd de oude situatie te rekken door gigantische hoeveelheden geld in de banken te stoppen, maatregelen aan te kondigen die de bevolking nog kwestbaarder maken, de staatsschuld op te voeren, doofpotspelletjes te spelen en geen inhoudelijke maatregelen te durven nemen. Welke garantie heeft de bevolking dat men het tijdens een nieuwe regeer periode anders gaat doen als men NU vraagt om vertrouwen maar niet rept over hoe we dat vertrouwen op moeten brengen en gebaseerd op wat?
De waardekolom:
De eerste basis en bouwsteen van een relatie van vertrouwen is de “bestaansrechtelijke identiteit”. Wat vertrouw ik eigenlijk? Ik kan mijn ouders vertrouwen omdat zij mij op de wereld hebben gezet, mij hebben verzorgd en opgevoed en ik hen respecteer om wat zij ZIJN. Ik kan mijn vrienden vertrouwen omdat ik het fijn vind om bij hen te zijn, hen door en door ken in alle omstandigheden en wij een beroep op elkaar kunnen doen als het nodig is. Vertrouwen is dus gebaseerd op een intieme verbinding tussen herkenbare en vertrouwde principes waaraan wij persoonlijke waarden hechten. Identiteiten die zich manifesteren volgens die principiele waarden kunnen ook mijn vertrouwen genieten. Wanneer een bedrijf zaken wil doen met mij dan zal de identiteit zich moeten verbinden met mijn waardemodel. Denk aan de aanschaf van een familieauto. De keuze van het model, de fabrikant of verkooporganisatie is afhankelijk van de mate waarop u zaken als veiligheid, betrouwbaarheid en andere zaken beoordeeld. Vertrouwen moet men winnen door een authentieke betrouwbare identiteit te presenteren.
Dat geldt ook voor Nederland als maatschappij. Waarom zou ik vertrouwen hebben in de toekomst van Nederland als economie, als maatschappij of als eenheid? Waarop moet ik het vertrouwen baseren? Wat is de authentieke identiteit van Nederland als alleen wordt gesproken over economische groei, groei en groei zonder enige inhoudelijke informatie waardoor ik mij betrokken kan voelen bij die uitdaging? Groei? Gebaseerd waarop? Hoe? Waarom? Ondertussen staan de kranten vol van falende bestuurders, organisaties, individuen en instellingen. Moeten we dat allemaal laten groeien? Waar moet ik trots op zijn als Nederlander? Ons gebrek aan innovatieve daadkracht? Ons falende onderwijs? Onze files en landschapvernietiging? De agressie op straat?
In Den Haag blinkt men uit in gebrek aan inzichten over de modernisering van de inhoudelijke identiteit van Nederland, het creeren van een oranjegevoel waar de bevolking trots op kan zijn, waar de wetenschap, ondernemerschap en bestuurders vol overgave aan kunnen bouwen, samen, betrokken en duurzaam. Dit in tegenstelling tot de bevolking zelf. Ondernemerschap is er over eens dat Nederland alles in huis heeft om de komende decennia wereldwijd indruk te maken op gebied van sociale en ecologische innovatie door zich als proeftuin voor duurzame innovatieve toepassingen op te stellen. De bevolking is er over eens dat we eens de kansen van een bonte, multiculturele samenleving moeten gaan benutten in plaats van het te zien als bedreiging. De wetenschap heeft alles in huis voor innovatieve toepassingen om onze maatschappij leefbaarder, schoner en gezonder te maken. Maar dat alles wordt geblokkeerd door het blinde, identiteitloze materialisme van de centrale overheid. Nederland schreeuwt om inhoudelijke discussies en ontwikkeling, niet om losgeslagen groei ten kosten van onszelf en onze leefomgeving. Nederland moet zichzelf weer een authentieke identiteit verschaffen waar we samen aan willen bouwen.
De tweede bouwsteen in de waardekolom is “veiligheid“. Veiligheid is een breed begrip dat begint met het behoud van de fysieke integriteit van de bevolking. In tijden van oorlog is fysieke veiligheid een fundamentele prioriteit om te overleven maar in tijden van vrede niet minder belangrijk. Agressie op straat, huiselijk geweld, overvallen, ongevallen, enz. zijn elementen die de bevolking onzeker en angstig maken met het gevolg dat men kritisch en zonder vertrouwen omgaat met de medemens. Als overal gevaar lijkt te schuilen dan kan men geen vertrouwen hebben in de omgeving en ontstaat wantrouwen. Wantrouwen en angst is de basis van intermenselijke gedragsstoornissen die verder aangewakkerd worden als men geconfronteerd wordt met culturen die er anders uitzien, zich anders gedragen en andere opvattingen tonen. Angst en wantrouwen zullen geen bruggen slaan tussen culturen om nieuwsgierig van elkaar te leren. Dan moet er eerst een gevoel van veiligheid zijn, niet alleen voor de fysieke integriteit maar ook de persoonlijke, de psychologische en de culturele. Als ik gerespecteerd wordt om wie ik ben (mijn identiteit) en mij veilig voel dan kan ik ook werken aan de opbouw van een onderlinge relatie. Zonder respect zal er ook geen relatieopbouw ontstaan en zeker geen vertrouwen.
Door het doorgeslagen materialisme in Nederland wordt angst nog verder aangewakkerd door onzekerheid over de continuiteit van externe zekerheden. De overheid maar ook de individu regeert vanuit principes van behoud van externe materiele zekerheden (geld, uitkering, loon, auto, huis) en ziet in alles een bedreiging en geeft een gevoel van onveiligheid. Men heeft veel moeite om zelfvertrouwen op te brengen bij het ontbreken van externe zekerheden. Als men geen zelf-vertrouwen heeft dan kan men ook moeilijk vertrouwen opbrengen voor anderen. Veiligheid is dus een bouwsteen die vooral de eigen identiteit beschermt met zelfvertrouwen. Wanneer er geen eigen identiteit is omdat men zich meet met de buren of de buitenwereld dan is er geen zelfvertrouwen. Als er wel een identiteit is maar het zelfvertrouwen wordt ondermijnt door fysieke en mentale bedreigingen vanuit de omgeving dan is er ook geen basis voor vertrouwen. In Nederland zijn de misstanden overal zichtbaar, in het gedrag van de publieke dienstverleners, de banken, de rechtspraak en de culturele cohesie.
De derde bouwsteen is “gelijkwaardigheid”. Gelijkwaardigheid tussen alle mensen, man/vrouw, is fundamenteel als basis voor de duurzame ontwikkeling van vertrouwen. In Nederland is gelijkwaardigheid vaak ver te zoeken. Een land dat al woorden bedenkt om mensen op afkomst te beschrijven heeft ongelijkwaardigheid al opgenomen in haar maatschappelijke organisatie. Autochtoon/allochtoon schept een verdeling van de bevolking op basis van ongelijkwaardigheid. Ambtenarij en het gewone volk wordt ook geregeerd volgens ongelijke principes. Banken, grote bedrijven, e.d. worden met andere maatstaven behandeld dan de kleine. Binnen alle sectoren van de bevolking heerst een gevoel van wij en zij, ik en de anderen. Dat is geen basis van gelijkwaardigheid en dus ook niet van vertrouwen.
Kortom: Pas als een maatschappij (een familie, een wijk, een stad, een regio, een land, maar ook een onderneming, een community) opgebouwd wordt volgens een duidelijk herkenbare en aanvaardbare, authentieke identiteit en daarna veiligheid en gelijkwaarigheid structureel wordt gewaarborgd dan pas kan er sprake zijn van de opbouw van vertrouwen. Na vertrouwen komt samenwerking en hoogwaardige maatschappelijke en ecologische uitdagingen die ons een duurzaam bestaan garanderen. Gelukkig zijn er in het land vele groeperingen actief die van onderop het karakter van Nederland vorm geven en bouwen aan een identiteit, vaak met gebrek aan medewerking en zelf tegenwerking van de regerende structuren. Deze ontwikkelingen zijn nog niet zichtbaar in de landelijke politiek en dat zal ook nog wel even zo blijven helaas. Daarom zal de komende kabinetsperiode op nog lossere schroeven staan dan de toch al wankele voorgaande regeringen. Zodra de bevolking voldoende inzichten heeft om de tweede kamer te laten bevolken met mensen met inhoudelijke visie en inzichten dan pas kunnen we gaan rekenen op de werkelijke transitie die ook ons bestuur zal transformeren. Helaas zullen we het nog even moeten doen met de oude stromingen en machtsposities die de komende tijd stuk voor stuk om zullen vallen om ruimte te geven voor vernieuwing van onder op.
Als men dus echt de warmte van vertrouwen wenst te koesteren sluit u dan aan bij deze bewegingen en zet u zelf in voor een betere wereld die onze politiek ons (nog) niet kan faciliteren maar wij er samen de komende tijd wel doorheen kunnen duwen.